Wat is een palletstelling? En waarom is die definitie van belang?

Wat is een palletstelling? En waarom is die definitie van belang?

In de volksmond is de definitie van een palletstelling heel eenvoudig: “Een stelling waar je je pallets in kwijt kunt”. In de logistieke wereld is het allemaal alleen wat ingewikkelder. Dat heeft met name te maken met normen waaraan palletstellingen moeten voldoen, en andere soorten stellingen niet. Om de reikwijdte van die normen goed af te bakenen is er een definitie van palletstellingen opgesteld en zijn er benamingen voor de verschillende onderdelen van een palletstelling. Is dat belangrijk voor je om te weten? Waarschijnlijk alleen als je je professioneel met magazijninrichting bezig houdt, maar aan de andere kant kost het je maar een paar minuten om dit door te lezen. Je kent dan meteen de belangrijkste terminologie.

Wat is een palletstelling volgens NPR 5054 en NEN 5056?

In de Nederlandse Norm 5056, die integraal onderdeel is van de Europese norm NEN-EN 15.512 wordt een palletstelling als volgt gedefinieerd:

Palletstelling volgens NEN 5056

In NEN 5056 wordt tevens verwezen naar NPR (Nederlandse PraktijkRichtlijn) NPR 5054 voor verdere definities. In die NPR 5054 staat als definitie:

Palletstelling volgens NPR 5054

Met behulp van de beide definities wordt een palletstelling beschreven. Er zijn in de logistiek enorm veel verschillende typen stellingen die niet onder deze definitie vallen:

  1. Mobiele opslagsystemen (lees: verrijdbare palletstellingen)
  2. Drive-In stellingen
  3. Drive-Through stellingen
  4. Palletrollenbanen / Doorrolstellingen
  5. Push-Back stellingen
  6. Shuttle-Stellingen
  7. Legbordstellingen
  8. Draagarmstellingen
  9. Kraangestuurde stellingen
  10. Je zou zelfs kunnen beargumenteren dat een dubbeldiepe palletstelling (2 pallets achter elkaar in een dubbele stelling) niet onder voorgaande definitie vallen.

Veiligheidsfactoren NEN 5056 alleen van toepassing op een palletstelling

Let er dus op dat ook alle veiligheidsfactoren die genoemd worden in NEN 5056 alléén van toepassing zijn op een palletstelling, en dus niet op alle hiervoor genoemde stellingtypen.

Onderdelen van een palletstelling

Nu we min of meer weten wat een palletstelling is, is het wellicht ook handig om meteen even te kijken naar alle onderdelen van een palletstelling. Er zijn namelijk heel veel verschillende namen voor dezelfde onderdelen. Voor die definitie van veelvoorkomende termen heeft NPR 5054 een handig plaatje ter verduidelijking opgenomen:

Palletstelling

In bovenstaande figuur corresponderen de nummers met de volgende benamingen:

  1. Enkelzijdige stellingrij / sectierij
  2. Dubbelzijdige stellingrij / sectierij
  3. Sectie
  4. Sectierij
  5. Juk (Soms ook 'frame' genoemd), bestaat uit 2 vertikale elementen (staanders) die met elkaar verbonden zijn middels een vakwerk van stalen profielen (schoren). Er zijn diverse vormen van vakwerk, maar het blijft een juk/frame
  6. Effectieve vakbreedte m.b.t. overstekende goederen. Andere benamingen zijn liggerlengte of netto liggerlengte.
  7. Effectie vakbreedte m.b.t. pallets
  8. Bruto stellinggangbreedte. De breedte van de stellinggang gemeten tussen de jukken en/of liggers
  9. Netto stellinggangbreedte. De breedte tussen de overbloezende pallets of goederen op de pallet.
  10. Stellinggangbreedte minus de te hanteren veiligheidsafstand voor het veilig manoevreren van de trucks
  11. Brutovakhoogte: De hart-op-hartafstand van de liggerniveaus in de hoogte
  12. Nettovakhoogte: De vrije hoogte tussen de onderste en bovenste ligger van een vak. 
  13. Gangligger : De ligger aan de gangzijde. Soms hoger uitgevoerd dan de rug-ligger ter bescherming van sprinklerkoppen
  14. Rugligger
  15. Vloerligger : Wordt vrijwel nooit toegepast. Alleen als er geen pallets op de gebouwvloer mogen staan
  16. Staander. Onderdeel van het juk/frame. 
  17. Jukvakwerk : Meestal gewoon schoren of schoorpakket genoemd. Verbindt de beide staanders samen tot een juk/frame
  18. Inhaakverbinding: De liggers van vrijwel alle fabrikanten van palletstellingen zijn voorzien zogenaamde 'klauwen' die een perforatie hebben die in de staander klikt. De verbinding tussen ligger en staander is de inhaakverbinding
  19. Diepteligger: Diepteliggers worden gebruikt als een pallet extra ondersteuning nodig heeft, of als drager voor vlonders of legborden
  20. Rug-afstandhouder: Meestal koppelstuk genoemd. Bepaalt de afstand tussen de dubbelzijdige sectierijen. In de meeste gevallen 200 mm (2 x 50 mm voor de goederen en 100 mm vrije ruimte). Bij toepassing van sprinkler-systemen in de stellingen dan wordt vaak 300 mm voor een koppelstuk gehanteerd.
  21. Voetplaat met verankering. Ieder juk heeft een voetplaat die met een aantal ankers wordt vastgezet in de gebouwvloer. Het aantal ankers wordt in NEN 5056 voorgeschreven, maar er mogen uitzonderingen op gemaakt worden
  22. Aanrijdbescherming - staat niet op bovenstaande figuur afgebeeld
  23. Opslageenheid
  24. Opslageenheid
  25. Horizontale veiligheidsafstand. De minimaal vereiste vrije ruimte tussen goederen onderling en goederen en juk. Zie dit artikel voor informatie hierover
  26. Vertikale veiligheidsafstand. De minimale vrije hoogte tussen bovenzijde van de goederen en onderzijde van de eerste ligger daarboven. Zie dit artikel voor informatie

 

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van magazijninrichting?

Meld u dan aan voor onze periodieke nieuwsbrief vol aanbiedingen, achtergrondkennis en kennisquizjes.



Gerelateerde producten

Made by NAZZAU Copyright © 2020 Magazijn.nl